Rekenkundige achtergrond en doorgaande leerlijnen Rekenwonders is opgedeeld in blokken. Elk blok opent met een beknopte beschrijving van de rekenkundige vaardigheden en rekenkennis en met een uitleg over hoe deze binnen een betreffende leerlijn zijn opgebouwd. Steeds wordt duidelijk gemaakt welke stappen er aan de betreffende vaardigheden en kennis vooraf zijn gegaan, hoe deze aansluiten en hoe ze een vervolg krijgen in een volgend leerjaar. Bij de start van ieder blok staat een overzicht met doelen voor drie leerjaren. Zo heeft u een goed overzicht van de leerstappen die kinderen gezet hebben en die ze nog gaan maken.
De connectie rekenen - taal Rekenen en taal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor het goed begrijpen en kunnen verwoorden van rekenconcepten is de juiste rekentaal nodig. Nieuwe en belangrijke rekentaal staat in het Rekenboek van Rekenwonders daarom gearceerd aangegeven. Daarnaast vindt u in de beschrijving van elk nieuw blok kort de juiste definitie/ beschrijving van de rekenconcepten zodat u deze aan de leerlingen kunt presenteren.
Benodigdheden In elk nieuw blok staat een overzicht van alle benodigde materialen voor de lessen van dat blok. We onderscheiden hierin:
instructiebenodigdheden, zoals rekenblokjes en weegschalen;
algemene materialen, zoals flessen en verpakkingen;
werkbladen en printbladen.
Blokoverzicht Het blokoverzicht geeft in één oogopslag de instructiedoelen, het tijdpad, denkvaardigheden, heuristieken (probleemoplossende strategieën) en bronnen van een heel blok. De instructiedoelen verwijzen naar wat de leerlingen gaan leren. Het tijdpad wordt weergegeven via een voorgesteld aantal perioden, waarbij een periode staat voor een half uur. In Rekenwonders wordt uitgegaan van vijf uur rekenen per week. De methode biedt daarnaast instructie- en individueel verwerkingsmateriaal voor gemiddeld vier uur per week. U kunt dit naar eigen inzicht invullen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het Dubbelboek (met materiaal voor ‘Meer oefenen’ en ‘Verder oefenen’).
Blokopener en voorkennis Elk blok begint met een blokopener en, indien van toepassing, met het activeren van voorkennis. De blokopener introduceert het concept dat in een blok centraal staat. In een instructiepad staat beschreven hoe de instructie gegeven kan worden. Het activeren van voorkennis vindt op een actieve wijze plaats. De opgaven, die hierbij horen, kunnen ook als diagnostisch hulpmiddel worden gebruikt om de vaardigheden van de leerlingen op een informele wijze te toetsen.
Leerdoelen en kernconcept(en) Elke les heeft een set leerdoelen. De kernconcepten staan voor het overkoepelend begrip dat de leerlingen gaan verkennen, oefenen en begrijpen.
Denkvaardigheden en heuristieken Rekenwonders is gericht op het ontwikkelen van de intellectuele competenties van kinderen. In het boek worden daarom specifiek aangegeven welke denkvaardigheden centraal staan binnen een blok. Een overzicht van de denkvaardigheden staat in elk A-deel van een handleiding.
Individueel werk In het Rekenschrift staan voor elke les uit het Rekenboek oefeningen waar kinderen individueel aan kunnen werken.
Additionele activiteiten Bij elke les staan suggesties voor additionele activiteiten. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in: samenwerken en werken volgens Coöperatieve Leerstrategieën.
Notitieruimte In de notitieruimte kunt u uw aantekeningen noteren.
Rekenprentenboeken Groep 1-2 De uitgave Rekenprentenboeken Groep 1-2 bestaat uit een zestal prentenboeken met daaraan gekoppelde activiteiten gericht op gevarieerde doelgebieden van rekenen en wiskunde. Met de prentenboeken en de bijbehorende activiteitenkaarten stimuleert u op een speelse en doelgerichte manier de rekenkundige ontwikkeling van jonge kinderen binnen de context van aansprekende verhalen en rijmpjes. De activiteiten zijn geschikt voor kinderen van vier tot en met zes jaar. Concrete materialen zijn een belangrijk onderdeel in deze uitgave: ze helpen de kinderen om handelend te leren en met plezier te rekenen en te ontdekken.
Van elk prentenboek is een digitaal bladerboek beschikbaar dat u kunt gebruiken op het digitaal schoolbord of op de computer.
De uitgave Rekenprentenboeken Groep 1-2 kan als additioneel materiaal naast een willekeurige kleuter- of rekenmethode gebruikt worden in groep 1-2 en sluit specifiek aan bij Rekenwonders, de innovatieve rekenmethode van Bazalt en HCO voor het basisonderwijs.
Activiteiten bij de prentenboeken Bij het prentenboek horen ook activiteiten die aansluiten bij het verhaal. Een aantal van deze activiteiten is beschreven in het prentenboek zelf en een meer uitgewerkt deel staat op de activiteitenkaarten. Doelen van boekje vind je achterin het boekje zelf. Bij elk prentenboekje hoort 1 activiteitenkaart. In de rekenprentenboeken zijn ook opdrachten opgenomen die al meer in de richting van het eigenlijke rekenen in groep 3 gaan. Dit is voor veel kinderen boeiend en uitdagend.
Leren! Dit onderdeel is te herkennen aan het blauwe kader waarin de instructie staat over een nieuw idee of concept. Het leerdoel staat voor de leerlingen in het kader, de nieuwe rekentaal om de ideeën te begrijpen, is gearceerd.
Zelf aan de slag! Dit onderdeel is te herkennen aan het paarse kader. De leerlingen verkennen zelf of in groepjes rekenideeën met verschillende materialen. Dit kan gaan om nieuwe leerstof of om leerstof die geoefend wordt.
Op onderzoek! Dit onderdeel is te herkennen aan het grijze kader. De leerlingen onderzoeken verschillende mogelijke antwoorden op rekenvragen. Ze passen nieuwe kennis toe en doen dit op verschillende manieren. Bij dit onderdeel wordt in groepjes gewerkt.
Speel dit spel! In Rekenwonders wordt veel aandacht besteed aan het creëren van een positieve houding ten opzichte van het vak rekenen/wiskunde. Zo zijn er in de methode speciale spelletjes opgenomen die leerlingen in groepjes spelen en waarmee ze rekenconcepten verkennen. De spelletjes zijn te herkennen aan het roze kader.
Mijn Rekendagboek! Dit onderdeel is te herkennen aan het groene kader. De leerlingen reflecteren, samen met de leerkracht, via een opgave of vraag op wat ze in het betreffende blok geleerd hebben. De leerlingen leren zo na te denken over hun eigen leren (metacognitie).
Zet je denkpet op! Dit onderdeel is te herkennen aan het oranje kader. De leerlingen gaan een uitdagend probleem oplossen. Het hoger niveau denken wordt door deze opgaven gestimuleerd.